Bang om lesbisch te zijn

Bijgewerkt: 4 nov 2019

Toen ik ongeveer veertien jaar oud was, was ik heel bang om lesbisch te zijn. Ik had geen idee waar die angst opeens vandaan kwam, want ik was niet verliefd op dat moment, maar de angst was er en ging niet weg. Een herinnering die me altijd is bijgebleven is dat ik met twee vriendinnen aan het fietsen was, van school naar huis en we even op de Markt bleven praten, zoals we dat wel vaker deden. Ik vroeg ze, met paniek in mijn stem en de tranen al in mijn ogen, of ze nog steeds bevriend zouden willen zijn als ik lesbisch was. Mijn vriendinnen keken me aan met gefronste wenkbrauwen en zeiden dat ja, natuurlijk zouden ze nog mijn vriendinnen zijn, en was er iets wat ik ze wilde vertellen? Maar ik verzekerde ze dat het gewoon een vraag was en dat er verder niets aan de hand was, en dat was het einde van dat gesprek.


In de derde (volgens mij) hadden we een biologieles in seksuele voorlichting, en op een begeven moment vroeg de leraar aan de klas wat ze zouden doen als hun beste vriend of vriendin uit de kast zou komen. Sommige jongens begonnen te joelen, andere maakten kots geluiden en begonnen te lachen. Sommige meisjes voegden zich bij hen, anderen bleven stil. Sommige leerlingen waren erg “begripvol”. Ze vertelden de leraar dat ze het prima zouden vinden als hun beste vriend homoseksueel bleek te zijn, maar dat ze zich niet comfortabel zouden voelen om na gym samen te douchen, of bij hen thuis te blijven slapen. Ik begon te huilen. De klas werd stil en de leraar vroeg of ik ze iets wilde vertellen, maar ik schudde mijn hoofd en antwoordde dat een goede vriend van mijn ouders lesbisch was en een moeilijk leven achter de rug had. Dit was natuurlijk de waarheid, maar ik besef nu dat dat niet de hele waarheid was.


Mijn klasgenoten waren aardig genoeg – buiten de seksuele voorlichting werden er niet veel grappen gemaakt over lesbiennes of homoseksuele jongens (afgezien van de onregelmatige “GAY!!!” als een reactie op… wat dan ook). Maar een combinatie van gewoonlijke puberale onzekerheden (“Hoor ik er wel bij?” “Ben ik wel slim / grappig / cool genoeg?” “Wat denken mijn vrienden / klasgenoten over mij?”) en de gesloten, kleine gemeenschap van Zeeland met de over het algemeen wat bekrompen (en sterk religieuze) achtergrond maakten het voor mij onmogelijk om geheel mezelf te zijn, en mezelf de kans te geven om erachter te komen wie ik was en wat ik wilde. Ik voelde me nooit helemaal thuis in Middelburg; bang om “anders” te zijn, bang on buiten de boot te vallen en opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd te krijgen, wanhopig om erbij te horen.

In het laatste jaar begon die angst af te nemen. Ik raakte bevriend met een groep meiden die een stuk ruimdenkender waren, zelf ook niet helemaal “erbij” hoorden en waarbij ik me meer op mijn gemak voelde. Het was pas op dit moment dat ik mezelf de ruimte gaf om aan mijzelf toe te geven dat ik niet helemaal (of helemaal niet) heteroseksueel ben, dat ik meisjes ook leuk vind.


Langzaam maar zeker begon ik aan dat idee te wennen. Ik vertelde het eerst aan een van mijn beste vriendinnen, in Bommel, over appeltaart. Ze vertelde me dat ze het wel verwachtte, dat het haar niet verbaasde, en dat ze heel blij was dat ik die informatie aan haar had toevertrouwd. Ik vertelde het aan mijn ouders, die heel positief reageerden, en aan mijn toenmalige vriend, die er ook geen problemen mee had. Mijn andere vrienden kwamen er iets later achter – ik vond het niet nodig dat iedereen het wist, en was nog steeds bang dat opeens de hele school het zou weten, en dat dat vervelende consequenties zou hebben. Ik kende maar twee homoseksuele jongens op school en geen enkel meisje die hetzelfde voelde als ik, en hoewel ik blij was dat mijn vrienden mij volledig accepteerden, voelde ik mij alleen en onzeker. Het was pas toen ik ging studeren dat ik in contact kwam met mensen die zich ook identificeerden als lesbisch, of biseksueel, of panseksueel, of een andere variant hiervan. Ik kwam erachter dat ik niet de enige, of een van de weinige, was die meisjes leuk vind, maar dat ik af en toe zelfs bij de meerderheid hoorde. Dit maakte het een stuk makkelijker om over mijn seksualiteit te praten, om te ontdekken wat en wie ik wel en niet leuk vind, en om een omgeving te creëren waar ik mij op mij gemak voel. Dit miste ik op mijn middelbare school in Zeeland, en dit maakte het zo moeilijk voor mij om te accepteren wie ik ben en op wie ik val.


Op mijn universiteit, en op bijna elke andere universiteit die ik heb bezocht, is er een “Diversity Commission”, een groep mensen die evenementen organiseert die te maken hebben met gender, seksualiteit, etniciteit, afkomst, etc. Deze groep maakt het makkelijker voor mensen om andere studenten te vinden die een zelfde soort geschiedenis hebben, die bij elkaar kunnen komen om te discussiëren over LHBTI-nieuws, samen authentieke recepten koken, en een gevoel van gemeenschap creëren. Dat is volgens mij heel erg belangrijk. Boven alles wilde ik op de middelbare school horen dat ik niet alleen was, dat ik niet raar was, en dat er mensen waren zoals ik. Want wij zijn er, overal.


Elizabeth Schippers

0 keer bekeken

©2018 by We Zijn Er Wel. Proudly created with Wix.com