• Redactie

In gesprek met: Francis Tuinstra, voorlichter COC Zeeland

Francis (48) woont in Vlissingen, is zelf lesbisch, en is al lange tijd namens COC Zeeland betrokken bij het geven van voorlichting over seksuele- en genderdiversiteit op middelbare scholen en het middelbaar beroepsonderwijs. Wij gingen met haar in gesprek over haar ervaringen omtrent het voorlichting geven.



Hoe ben je bij het geven van voorlichting terecht gekomen?

“Ik ben lange tijd getrouwd geweest met een man. We wisten allebei dat we biseksuele gevoelens hadden, maar we kozen voor elkaar, dus het was oké. Naarmate ons huwelijk verder ging kreeg mijn man steeds meer moeite met zijn gevoelens. Toen zijn neef ging trouwen met een man vroeg ik aan mijn schoonmoeder wat ze daar van vond. Daarop antwoordde ze: “het is maar goed dat mijn jongens niet zo zijn.” Toen haar zoon vervolgens uit de kast kwam, zei ze dat ze nog wel zo haar best had gedaan om ervoor te zorgen dat hij nooit homo zou worden. Die reactie heeft ervoor gezorgd dat ik voorlichting ben gaan geven. Ik dacht: als er nog zoveel ellende veroorzaakt wordt, dan moet daar wat aan gedaan worden. Ik vind het gewoon zo belangrijk dat jongeren weten dat je jezelf mag zijn, ongeacht wat een ander vindt.”


Wat houdt die voorlichting nou eigenlijk in?

“De bedoeling van de voorlichting is dat we met jongeren in gesprek gaan om ze bewust te laten worden van wat ze nou echt zelf vinden. De voorlichting is absoluut niet bedoeld om jongeren uit de kast te trekken, of om iedereen ‘gay okay’ te maken, maar om ze aan het denken te zetten. Wat vind ik er nou eigenlijk van? Waarom scheld ik met ‘homo’? Wat houdt het nou in voor de persoon die die gevoelens heeft? En dan mogen ze alsnog tegen zijn. Als ze maar weten waarom ze tot die gedachten zijn gekomen.


De typische les bestaat niet, maar we beginnen een les meestal met het ‘sta op’ spel. We leggen de jongeren dan stellingen voor. Ze moeten dan opstaan bij wat voor hen op toepassing is en moeten dan van stoel wisselen. Daarmee bereik je dat de hele groep door elkaar geschud wordt, en vooral ook dat de hele groep van elkaar ziet dat niemand hetzelfde is. Niemand is hetzelfde als zijn buur. Al doen we nog zo ons best om tot die homogene groep te behoren, iedereen is een buitenbeentje. Oftewel, iedereen is gelijk, want we zijn allemaal anders. Daarna kunnen we dieper op het onderwerp seksuele diversiteit ingaan, en dan is het lesuur al snel voorbij. Het lesuur is eigenlijk altijd voorbij voordat de les klaar is.


Het mooiste van zo’n les vind ik dat leerlingen vaak ontdekken dat een groot deel van de klas er eigenlijk niet zo negatief over is als ze dachten. Het besef dat eigenlijk die klas helemaal niet zo gevaarlijk blijkt te zijn, maakt dat de groep ook veel hechter wordt. En dan gebeurt het soms dat leerlingen aan het eind van de les uit de kast komen als homo of transgender bijvoorbeeld. Maar dat doen ze niet zolang ze niet weten hoe veilig de klas is. Dat zal niet zo snel gebeuren als ze niet gewoon eens een keertje zo’n les hebben gehad waarin ze tot elkaar zijn gekomen.”


Je geeft nu al meer dan tien jaar voorlichting. Heb je het idee dat er veel veranderd is in die tijd?

“Ja, heel veel. Er is heel veel veranderd. De maatschappelijke acceptatie is veel groter. Zeker in het VMBO en in de praktijkscholen zeiden ze vroeger vaak oprecht dingen zoals dat we dood moeten, of dat God ons niet zo gemaakt heeft. Sinds een jaar of 8 is het eigenlijk niet meer voorgekomen dat de klassen massaal zeggen dat we dood moeten. Daar zie ik echt een grote verandering. Leerlingen hebben nu meer zoiets van: als mijn kind zo zou zijn, is dat prima. Ik ben het zelf niet, maar als mijn kinderen het zouden zijn is het ook oké. Ik denk dat we nu zover zijn dat jongeren voor zichzelf durven te denken los van wat hun cultuur of wat hun geloof ze voorschrijft. Bovendien kan je nu veel meer ingaan op de werkelijke informatie achter de stof dan alleen maar bezig zijn met aan de klas vertellen dat je überhaupt jezelf mag zijn. Je kan veel dieper ingaan op het geheel. En ja, zolang daar nog heel veel onwetendheid over is, moeten wij doorgaan. Maar als je ziet wat er in 13 jaar veranderd is, verwacht ik dat het de goede kant op zal blijven gaan en hoop ik dat we over 20 jaar niet meer nodig zijn.”

34 keer bekeken

©2018 by We Zijn Er Wel. Proudly created with Wix.com